Mailinglijst

De terrazzo vloer

terrazzo vloer

De terrazzo vloer op de veranda bij het huis is oud. Hoe oud precies weet ik niet. Ons huis is gebouwd in 1870, maar heeft in de jaren 20 van de vorige eeuw een grondige verbouwing ondergaan, zo lees ik in een boekje over gemeentelijke monumenten in deze streek. Hoe dan ook, de vloer is oud en ziet er slecht uit.

Scheur in terrazzo vloer

De scheur is open geboord

Grote scheuren, bruine roestvlekken en een dof oppervlak. Boenen en poetsen heeft nauwelijks resultaat. Al een paar keer hebben Jan en ik het erover gehad om de vloer op te laten knappen. Maar bang voor de kosten ook steeds weer uitgesteld. Jan ziet in het plaatselijke krantje een advertentie van een bedrijfje dat gespecialiseerd is in de restauratie en onderhoud van natuurstenen vloeren, De Haan Natuursteen in Boxtel. Ik kijk eerst op de site (www.dehaannatuursteen.nl) en zie dat ze ook terrazzovloeren doen. Ik bel en de volgende dag al komt Willem de Haan – het is een eenmansbedrijf- om te kijken. Een paar dagen later hebben we de offerte in de bus. Voor 1600 euro wordt de terrazzovloer gerestaureerd en dan zal Willem ook de antieke tegelvloer in de gang binnen meteen even schoonmaken, polijsten en in de was zetten. We gaan akkoord. Op vakantie gaan we niet en dat besparen we dus. En uiteindelijk is het voor het behoud van de vloer. De klus wordt ingepland voor drie dagen; donderdag, maandag en dinsdag.

Scheur in terrazzo vloer dichtmaken

De scheur wordt gevuld

Willem brengt ‘een maat’ mee, Twan, die het vak aan het leren is en met z’n tweeën gaan ze aan de slag. De grootste scheuren worden verder uitgeboord, de hele vloer wordt geschuurd, en dan worden de scheuren gevuld met cement en gekleurde steentjes. Een heel precies werkje, want er mag niet te veel cement bovenop komen liggen.  Bij vertrek vertelt Willem dat de opgevulde scheuren nu moeten drogen tot maandag, maar dat we de plekken de volgende dag wel om de twee uur met een plantenspuit vochtig moeten maken. Braaf doen we wat hij zegt. Want met de ochtendzon erop gaat anders het drogen te snel.

De maandag daarop worden de gevulde scheuren glad geschuurd, vervolgens wordt de hele vloer afgesmeerd met cement, zodat ook de kleine scheurtjes gevuld raken. En dinsdag wordt de vloer met een machine nat geschuurd, geborsteld, gesopt, gepolitoerd en in de was gezet. De droogtijd tussendoor gebruikt Willem om de vloer in de gang schoon te maken en in de was te zetten.

De scheur is dichtgemaakt

Eindresultaat

Na drie dagen schuurgeluiden genieten we nu extra van de rust. De terrazzovloer ziet er heel goed uit. De opgevulde scheuren zijn iets lichter van kleur, maar dat kleurt wel bij in de loop van de tijd. Van de kleine scheurtjes zie je nauwelijks nog iets. De bruine vlekken zijn zo goed als verdwenen. En de vloer heeft een prachtige, zachte glans. We willen hem nu wel mooi houden natuurlijk. Beurteling lopen Jan en ik met stoffer en blik om de gevallen rozenblaadjes bij elkaar te vegen. Want die geven anders bruine vlekken. Maar dat fanatisme zal wel slijten als we vergeten zijn wat de klus gekost heeft. Denk ik.

Bookmark and Share

Allium-offensief


Kun je van iets moois te veel hebben? Je zou zeggen van niet. Toch beginnen de sieruien me te storen. Hoe prachtig ik ze ook vind. In mijn zes witte bordervakken heb ik in december 2007, 150 bollen van sierui Allium multibulbosum ‘Nigra’ geplant.

Allium multibulbosum 'Nigra'

Inmiddels hebben ze zich explosief vermeerderd (zie grote foto). Waar het eerste jaar één bloeiende stengel stond, staan nu twee, drie of vier Alliums te bloeien. Al rondwandelend tel ik nu grofweg 450 bloemhoofdjes. Vooral het blad is erg aanwezig. Het neemt veel ruimte in beslag en wordt nu snotterig en bruin. Zeker van de Alliums die aan de randen staan, springt het lelijke blad erg in het oog. De bedoeling was dat de opkomende vaste planten het blad van de Alliums zouden maskeren. Maar omdat er zoveel Alliums zijn, komen de vaste planten in het nauw. Ik wil de borders schoonmaken, bemesten en composteren, maar kan nergens bij. Ik open het Allium-offensief. Ik spit de Alliums die in de weg staan eruit, stort de bollenkluwen op een zeiltje en haal er voorzichtig de bollen waar een bloem aan zit tussenuit en leg die bij elkaar. De bollen die geen bloem hebben, houd ik apart. In eerste instantie met de bedoeling ook die te gaan oppotten. Maar als ik de berg gestaag zie groeien, besef ik dat dit niet haalbaar is. De niet-bloeiende bollen belanden in de biobak. De bloeiende bollen zet ik met plukken van een stuk of tien in potten.  En zo ben ik een paar dagen bezig en zie het aantal potten, bakken, dozen, en manden met bloeiende Alliums toenemen. Ik moet hink-stap-sprong door de tuin. Waar laat ik ze in vredesnaam? Zet ik ze buiten aan de straat met een bordje ‘Gratis meenemen’? Of ga ik ermee leuren bij familie, vrienden en buren? Als ik ‘s avonds een mailtje lees van mijn ‘blog-fan’ Irene, krijg ik de oplossing aangeboden. Ik heb haar een paar dagen geleden gemaild over mijn Allium-probleem. Als reactie daarop schrijft ze: “Als je er wat kwijt wilt… Ik zet ze er hier graag bij.“ Irene woont hier zo’n tien kilometer vandaan, en wil graag even langs komen.

Irene, Silas en de Alliums

De volgende dag arriveert ze, samen met haar hond Silas, beladen met dozen en bakken en een schep. We hebben elkaar nooit ontmoet, we schelen zeker vijfentwintig jaar in leeftijd (in het voordeel van Irene), weten eigenlijk niks van elkaar, maar toch klikt het meteen. We spitten en sjouwen samen in mijn tuin of we nooit anders doen. Irene neemt uiteindelijk zo’n vijftig Alliums mee, en ook nog wat planten die ik te enthousiast  gezaaid en vermeerderd heb, waaronder komkommer, Oost-Indische kers, prikneus en gele framboos. Als ik haar auto nazwaai, zie ik nog net het snuitje van hond Silas tussen het plantenoerwoud piepen.

Zus Jet en de Alliums

De dagen erna gaat iedereen die op bezoek komt, met Alliums weg. Mijn zus Jet neemt een mand vol mee, hovenier Victor Roosen, die komt helpen met de hagen knippen, laadt vijf potten op z’n wagen… Uiteindelijk zijn de Alliums in de borders teruggebracht tot een acceptabel aantal. Veel en veel minder, maar veel en veel mooier. Het is echt waar: van iets moois kun je te veel hebben.

Bookmark and Share

Naar Dordrecht

‘Naar Dordrecht’, zeg ik als Jan vraagt waar we eens heen zullen gaan met de NS-dagkaart die we gekocht hebben bij Het Kruidvat. Reizen op dat voordelige kaartje kan alleen in het weekend en moet ook binnen een bepaalde periode. We hebben geen zin om tot het laatste weekend te wachten en dan in een trein te moeten reizen volgepakt met vitale vijftigers. Weliswaar zijn wij zelf ook vijftig-en-nog-wat, maar wij zijn natuurlijk van een heel ander soort. Wij hebben niet allebei hetzelfde rode windjack (helemaal geen windjack trouwens), dragen geen makkelijke stapschoenen, en nemen ook geen thermoskan met koffie mee als we op reis gaan. We kopen toch zo’n goedkoop treinkaartje, want de hele dag onbeperkt reizen voor maar € 12,49 is natuurlijk heeeeel voordelig. Dat dan weer wel. ‘Naar Dordrecht?, reageert Jan met verbazing in z’n stem. ‘Maar daar zijn we nog nooit geweest!’ Alsof dat een reden is om er dan ook maar nooit naartoe te gaan. Als ik dan twijfelend zeg dat het misschien ook niet ver genoeg is, omdat we er ons voordelige kaartje er dan niet echt uit halen, horen we allebei wat ik zeg en barsten in lachen uit. Zulke krenterige Hollanders willen we natuurlijk ook niet zijn.

Jan kijkt vragend en vermoedt een plan. En dat klopt. Want ik heb een bestemming in Dordrecht. Of twee bestemmingen eigenlijk. Ik wil wel eens een keertje naar de winkel van Vreeken’s Zaden. Ik heb al vaak zaden besteld in de online shop www.vreeken.nl, maar ben nog nooit  in de ‘echte’ winkel geweest. En om het niet helemaal een werkbezoek te laten lijken, want ik sjouw Jan al te vaak mee op tuinuitstapjes die altijd een tweeledig doel dienen, zeg ik dat we dan meteen ook lekker kunnen gaan lunchen bij een heel bijzondere uitspanning: Villa Augustus (www.villa-augustus.nl). Lekker lunchen, dat vindt Jan altijd een goed plan. In dit stadium lijkt het me wel zo tactisch om het nog maar even niet te hebben over die fantastische moes- en kruidentuin die er ook bij Villa Augustus schijnt te zijn. En een formele stijltuin, en een romantische wandeltuin, en heel mooie kweekkassen…

Zadenspecialist

Vreeken's Zaden, Voorstraat 448 in Dordrecht

Bij Vreeken kunnen we maar niet kiezen uit al die fantastische zaadzakjes met veelbelovende teksten. Uiteindelijk laten we ons leiden door de geringe omvang van ons kleine kweekkasje en beperken we ons tot twee soorten. Ik koop zaad voor kleine komkommers (Cucumis sativus ‘Marketmore’), en Jan valt als een blok voor de suikermaïs met de aansprekende naam ‘Zoete Jan’. Uit de stelling buiten de winkel neem ik ook nog twee potjes met Marokkaanse munt mee.

We wandelen langs het water en belanden rond lunchtijd bij Villa Augustus. Er schijnt een fijn zonnetje en we eten buiten op het achterterras met zicht op de tuin. Na een heerlijke ‘Vitello tonnato’  (kalfsvlees met tonijnsaus) met sla van eigen oogst lopen we door de tuin. Ik kijk mijn ogen uit en zie van alles wat ik ook wil, maar waar onze tuin te klein voor is. Prachtige mooie kweekkassen, schitterende koude bakken, een romantische loofgang… We besluiten meteen dat we op een zomerse dag nog eens terug gaan en dan een nachtje logeren. Want ook dat kan in Villa Augustus.

Villa Augustus, Oranjelaan 7 in Dordrecht

Ondertussen in mijn eigen tuin (grote foto): volop voorjaar met de tulpen ‘White triumphator’ die uitbundig bloeien. De beukenhaag Fagus sylvatica zit helaas nog in de herfststand met z’n bruine blaadjes.

Bookmark and Share

Dag Schaapje

Het is zeven uur in de ochtend, vrijdag. Ik loop de trap af en denk er ineens aan dat de dieetbrokjes voor Schaapje bijna op zijn. Ik schrijf op het schoolbord: ‘dierenarts slankbrokjes Schaap’. Snel nog even halen vandaag, voor het weekend. Schaapje begroet me enthousiast zoals elke morgen, met gespin, kopjes geven en genotvol geklauw in m’n pantoffel.

Het is een drukke dag. De dieetbrokjes schieten erbij inAls ik ’s avonds aan het aanrecht sta, hoor ik achter me Schaap hoesten. Op zich niet verontrustend, want met z’n chronische bronchitis hoest hij wel vaker. Maar het klinkt nu anders. Bezorgd draai ik me om. Ik zie Schaapje vechten om lucht, piepend ademhalen, mond open, tong naar buiten, angstige blik in z’n ogen. Ik ren naar hem toe, roep ondertussen naar boven dat Jan snel moet komen en gooi de buitendeur open. Schaap strompelt de veranda op. Jan en ik staan er wanhopig bij. Hij is aan het stikken. Maar dan wordt het piepen minder, de ademhaling wordt rustiger en hij laat z’n kopje op z’n voetjes zakken. De rest van het weekend blijven we steeds ongerust naar hem kijken. Hij is zichtbaar anders. Een doffe blik in z’n ogen en hij heeft het benauwd.
Maandag in alle vroegte rijden we met hem naar dierenarts Els. Ze geeft hem een injectie tegen de benauwdheid en belt een dierenartskliniek in de buurt of Schaapje morgen kan komen voor een longfoto. Wat we die dinsdag op de foto zien, is dramatisch. Er is nog ¼ deel gezonde long over, de rest is tumor. Geslagen rijden we naar huis.
Schaapje wil niet meer eten of drinken. Wat moeten we doen? Jan en ik hopen dat hij stilletjes weg slaapt. Als hij woensdagavond nog steeds als een zielig hoopje ellende achter de stoel ligt, nemen we de vreselijke beslissing, allebei in tranen. Ik bel Els dat Schaapje het opgegeven heeft. Ze zal er de volgende dag om half elf zijn.
Donderdagochtend is m’n eerste gang naar Schaapje. Hij leeft nog en tilt moeizaam z’n hoofdje op. Dan geeft hij een doodskreet die me door merg en been gaat. Op dat moment zie ik door het raam Els aankomen. Gauw maakt Jan de deur open, want Schaap schrikt altijd vreselijk van onze ouderwetse trekbel. Ze geeft eerst een narcose, waar Schaap van moet spugen, en dan komen de twee doodsprikken. Jan en ik zitten op onze knieën aan weerszijden van Schaap, allebei een hand op z’n lijfje. ‘Dag Schaapje’, fluister ik, ‘goeie reis naar de poezenhemel.’ Als Els weg is, leggen we Schaap op een laken en tillen hem naar buiten. Daar ligt hij in een voorzichtig lentezonnetje. We graven een gat op een mooi plekje in de tuin. Na een uurtje dragen we hem naar z’n grafje en vleien hem zachtjes neer. Aarde erop, de plantjes er weer in.
De volgende dag loop ik in de ochtend de trap af. Mijn blik valt op de tekst op het schoolbord: ‘dierenarts slankbrokjes Schaap’. Precies een week geleden opgeschreven. Ik pak de bordenwisser, maar blijf in m’n beweging steken. Ik laat de tekst staan. Dan is het net of Schaapje er nog is.

Bookmark and Share

Portugese lente

Om de winterblues af te blazen, boeken we een weekje Portugal. In de hoop op een voorschotje op de lente. We logeren in het huis van een vriend. Met zicht op zee en een geweldige tuin erbij. Elke ochtend verse jus van sinaasappels uit onze eigen citrusboomgaard.

We stijgen op in de winter bij een temperatuur van min vijf graden, gewikkeld in een duffelse jas, muts, en handschoenen. En dan landen we in de Portugese lente die als een warme deken om ons heen glijdt. Wandelend naar het autoverhuurbedrijf op het parkeerterrein verhuizen jas, muts en handschoenen al gauw naar de tas op het bagagekarretje. Het is zo’n zestien graden, heerlijk voorjaarsweer. In ons tijdelijke verblijf gaan meteen alle tuindeuren open en we nestelen ons op de veranda met uitzicht op zee en de prachtige tuin. Zoon Guus en surfvriend Pieter, die meegekomen zijn om te surfen, hebben geen tijd voor rust. Ze gooien de surfboards in de auto, en toch ook maar de dikke surfpakken erbij, en vertrekken naar de beste surfspot in de buurt. Na een paar dagen hebben we een vast ritme te pakken. De jongens in alle vroegte op om te surfen, Jan en ik met ’n boek op een ligbank in de zon, rond de middag komen Guus en Pieter terug om te lunchen en ze brengen meteen de boodschappen mee, daarna gaan zij weer surfen en ‘s avonds eten we samen thuis. We koken om beurten, maar meer zoals het uit komt.

Sinaasappels uit eigen tuin

Guus mikt de sla die ik op de plaatselijke markt gekocht heb, rechtstreeks in de kom. Volgens mij zie ik er aardig wat zand aan hangen. En zit daar ook niet een slakje verstopt?  Als ik opper dat hij de sla misschien even moet wassen, vindt hij dat flauwekul. Hij is van de generatie die de sla in zakjes bij de supermarkt koopt, en zoals hij zelf pareert: ‘Met ijswater gewassen.’  Wel zo makkelijk, vindt hij. Maar goed, hij houdt de sla wel even onder de kraan. Als ik de volgende dag om half 8 opsta komt Guus uit de tuin lopen met een winkelmandje vol met sinaasappels. ‘Kijk eens mam’, zegt ie breed grijnzend. ‘Verse sinaasappels uit onze eigen boomgaard. Nachtgekoeld en dauwgewassen.’

Bookmark and Share