Mailinglijst

De trouwring

De trouwring

30 november 2010. Het winterweer heeft mij en de tuin overvallen. Gauw gauw ontdooi ik de bevroren emmers en regenton met heet water en zet ze op hun kop. En ook nog even de buitenkranen afsluiten.

‘Trouwdag papa en mama (1939)’. Gister viel mijn blik op deze vermelding bij 29 november op de verjaardagskalender. Terwijl ik naar boven loop om te gaan slapen, mijmer ik nog even over mijn ouders, die al lang geleden overleden zijn. Ineens denk ik aan de ring. De trouwring van mijn vader.

Mijn moeder droeg altijd een trouwring. Mijn vader nooit. Op zich niet vreemd. Mijn vader was boer, en bij werk op het land kan een ring onhandig en zelfs gevaarlijk zijn. Maar ook toen mijn vader al lang niet meer boerde, omdat hij longemfyseem had, droeg hij nog steeds geen trouwring. Het zou me waarschijnlijk nooit opgevallen zijn als ik dat gesprek tussen mijn ouders niet opgevangen had, toen ik een jaar of zestien was. Het ging over de trouwring van mijn vader. Ik hoorde mijn vader zeggen: ‘Ik koop geen nieuwe trouwring. Dat heeft geen betekenis. Ik heb al een trouwring, alleen ben ik hem even kwijt. Maar hij is er nog wel. Wij weten toch dat we met elkaar getrouwd zijn? Andere mensen? Die moeten denken wat ze willen.‘ Ik had mijn ouders nog nooit horen ruziën. Nergens over. Maar nu scheen er toch een ernstig meningverschil te zijn. Beknopt de kwestie: Mijn vader is zijn trouwring verloren. Mijn moeder wil dat hij een nieuwe trouwring koopt, zodat het voor de buitenwereld duidelijk is dat ze samen getrouwd zijn.

‘Verloren?’, vroeg ik. Wanneer dan? En waar?’ Toen vertelde mijn vader het hele verhaal. Dat ze in 1939 getrouwd zijn. Dat hij ongeveer een jaar later na een dag spitten in ‘den hof’ ontdekte dat hij zijn trouwring kwijt was. Dat hij nog dagen lang de aarde in de tuin meter voor meter heeft lopen zeven. Maar dat hij de ring nooit heeft terug gevonden.

trouwfoto, oude trouwfoto

Trouwfoto van mijn ouders

Bij tijd en wijle wilde mijn moeder dan ineens dat mijn vader een nieuwe ring zou kopen. Maar mijn vader bleef bij zijn principe. Er is nooit een niet-echte-trouwring gekomen. Want de echte was hij alleen even kwijt. Wie weet ligt de ring er nog. Nu na 71 jaar. Ergens in de tuin van het Van der Putten-stamhuis in Berghem. In de ommuurde tuin bij de boerderij aan de Pastoor van Teteringstraat en het kerkplein. In de binnenkant van de ring is de naam van mijn moeder en de trouwdatum gegraveerd: Petronella Arts, 29-11-1939. Gevonden? Stuur mij een mailtje.

Bookmark and Share

Tuinlaarzen

Tuin in herfstsfeer

De herfstkleuren in de tuin maken veel goed. Maar blijft staan dat dit niet mijn favoriete seizoen is. Als ik mensen hoor jubelen over hoe gezellig het allemaal is, met kaarsjes, kachels, en gordijnen dicht, raak ik alleen maar in de put. Het liefst zou ik in een holletje kruipen en volgend voorjaar weer wakker worden. Nog steeds verkeer ik in de ontkenningsfase en stap ik ’s ochtends, nu in het half donker, dapper naar buiten. Ik trek wel eerst mijn tuinlaarzen aan. Model Hornbaek van de Deense ontwerpster Ilse Jacobsen. En van die laarzen word ik wel een beetje vrolijk.

Over de veterlaarzen van Ilse Jacobsen heb ik jaren geleden een stukje geschreven voor de shopping-rubriek van het tijdschrift Tuin&Co, dat toen nog Tuinieren heette. Het plaatje van het rijtje gekleurde laarzen is altijd op m’n netvlies blijven staan. Vorig jaar rond deze tijd was ik ineens mijn groene rubberen laarzen meer dan zat. Altijd koude voeten en over het hele tuinpad een modderspoor. Na een speurtocht op internet heb ik de begeerde laarzen gevonden in de webwinkel van Original Brands. En meteen besteld. Ik ben er ongelooflijk blij mee, nog steeds. Voor mij zijn het de ideale tuinlaarzen. Ik vind ze er grappig uit zien met die rijgveters aan de voorkant. En ze zijn er in wel dertien verschillende kleurtjes.

Ik heb ze in het zwart gekocht

Ik heb voor ingetogen zwart gekozen, maar als je van uitbundig houdt, kun je als tuinier een behoorlijk statement maken met een paar exemplaren in bijvoorbeeld pink of turkoois. Behalve leuk om te zien, hebben ze een heleboel pluspunten die niet van toepassing zijn op de gewone, zeg maar, doordeweekse groene rubberen laarzen. Ze zijn handgemaakt van 100% natuurlijk rubber en gevoerd met fluweelzachte katoenen stof. Ze zitten daardoor heerlijk comfortabel en je voeten blijven behaaglijk warm. Ze zijn ook volledig waterdicht, wat je misschien niet zou denken als je de vetersluiting ziet. Je kunt er, als je dat zou willen, best mee in een slootje gaan staan. Achter de vetersluiting zit namelijk een gesloten flap. Maar wat ik als tuinier het allerbelangrijkst vind: de zolen zijn perfect. Er zit genoeg profiel in om niet te gaan glibberen als de tuin modderig is. Maar omdat die profielen vrij smal en ondiep zijn, kan modder zich er niet in nestelen. Dus geen modderspoor op stoep, pad, en in huis.  Er is wel iets wat je moet weten als je ze via internet bestelt: ze vallen ruim. Ik draag schoenmaat negenendertighalf en heb maat veertig besteld, omdat er geen halve maten waren. Maar achteraf had ik best maat negenendertig kunnen nemen. Och, iets te groot is ook geen ramp. Gewoon dikke sokken aan. Ze kosten 115 euro via www.originalbrands.nl. Geen verzendkosten en de volgende dag al in huis!

P.S. Ik mag van Original Brands een paar Ilse Jacobsen-laarzen weggeven, mailt directeur Anita Roelink mij net. Dat vind ik erg aardig. Dus stuur me gauw een mail via Contact linksboven in het menu, of plaats een commentaartje onder dit stukje. De leukste inzending wint een gratis paar laarzen. Kleur en maat naar keuze.

Bookmark and Share

De zijtuin

Verschillende blog-lezers sturen regelmatig een reactie via de mail of als commentaar via de site. Heel leuk. Zo heb ik al een hele groep tuinvrienden om me heen verzameld. Een van die virtuele tuinvrienden is Teuni, die ook een blog bij houdt over haar tuin.

Zijtuin/voortuinTeuni reageert op mijn laatste stukje met een commentaar over vogels in haar eigen tuin. Ik mail haar een bedankje terug en vraag hoe het verder met haar tuin gaat. Daarop stuurt ze me een uitgebreide mail waarin ze vertelt over haar veranderplannen voor de voortuin. Ze gaat die helemaal op de schop nemen, omdat de buxushagen aangetast zijn door een slopende schimmelinfectie. Wat het precies gaat worden, weet ze nog niet, zo schrijft ze, maar ze denkt aan een structuur van hagen met wat bodembedekkers en hortensia ‘Annabelle’. In elk geval iets stijlvols en gezelligs. Wat ze absoluut niet wil, is een grindbak. En dan eindigt ze haar mail met: “Jij hebt zeker geen voortuin, hè Trix. Want daar schrijf je nooit over.” Dat klopt. Ik heb geen voortuin. Ons huis staat aan de voorkant direct op het trottoir. Maar ik heb wél een zijtuin. En daar heb ik nog nooit over geschreven, realiseer ik me ineens. Ook nog nooit foto’s van gemaakt. Ik kijk erop uit vanuit mijn ‘kantoortje’ en bedenk dat ik dat meteen wel even kan doen, foto’s maken van de zijtuin en van het poortje dat toegang geeft tot de achtertuin.

De poortZijtuin is wel een erg grootste benaming trouwens. Ons huis staat op een hoek, en opzij, op het noorden, is een strookje groen en een klein stoepje met klinkertjes om met droge voeten bij de poort te komen. Het strookje grond is net zo lang als ons huis daar diep is; ik schat zo’n meter of acht. Maar heel, heel smal. Op het breedste stuk bij de poort een meter of twee, en dan loopt de strook grond in een punt toe. Op het smalste stuk meet het krap 50 centimeter. De vorige eigenaar heeft hier nooit gewoond. Hij heeft het huis in heel slechte staat gekocht, vervolgens grondig gerestaureerd, en toen weer verkocht. Aan ons. Om het object wat aantrekkelijker te maken voor potentiële kopers, heeft hij de zijtuin (die net als de achtertuin helemaal leeg gehaald was in verband met de verbouwing) ‘opgeleukt’ met groen. Een taxushaag, en als opvuller de bodembedekker maagdenpalm Vinca minor. Erg minimalistisch, maar wel groen. Van die bodembedekker zag je vanaf de straat helemaal niks, en ook niet vanuit mijn werkkamer. Als ik naar buiten keek, tussen het typen door, wilde ik eigenlijk wel iets groens en bloeiends zien. Daarom heb ik vorig jaar de maagdenpalm eruit gehaald en er hortensias (Hydrangea arborescens) ‘Annabelle’ geplant. In de zomer steken de grote witte bollen prachtig boven de taxushaag uit, en als ze in het najaar groenig worden, zijn ze nog steeds mooi om te zien. En het lichtgroene, lindeachtige blad haalt het sombere groen van de taxus een beetje op. Grappig, dat het dezelfde combinatie is als die Teuni voor ogen staat. Ik mail de foto die ik gemaakt heb even naar haar. En ze mailt terug: “Staat heel mooi bij het huis Trix. Een plaatje!”

PS De blog van Teuni vind je op www.teunistuin.net

Bookmark and Share

Let op 't vogeltje

duifje op de kandelaarDe vogelbescherming adviseert om vogeltjes het hele jaar door te voeren. Dus ook in voorjaar en winter. Om zo de overlevingskans te vergroten. Dus ik vul braaf elke ochtend de voedersilo en strooi ook nog wat op het gras en in het voederhuisje. Want ik gun alle beestjes een lang en gelukkig leven. En ik vind het ook gewoon gezellig, vogeltjes in de tuin. Er is altijd wat te zien.

Het effect van al dat voeren is zichtbaar en hoorbaar. Zelfs binnen. Als de tuindeuren openstaan, denkt bezoek dat we buiten een volière hebben. Dat zijn de momenten dat er een mussenkolonie neergestreken is in de zuilbeuken voor familieoverleg. Aan vogeltjes geen gebrek. Raar is wel dat er in het voorjaar elke dag tientallen groenlingen kwamen eten, en dat we nu geen groenling meer zien. Gaan ze in de zomer misschien ergens anders wonen, in het bos of zo? Of hebben ze hun biezen gepakt omdat de mussenpopulatie almaar groeit en te dominant wordt? Ik heb geen idee.

Vogels zorgen voor leuke, mooie en soms ook verdrietige kijkmomenten. Blijkbaar valt niet alleen ons op dat er zoveel musjes in onze tuin zitten. Op een ochtend sta ik stilletjes te luisteren naar het drukke gebabbel van de mussen. Ineens hoor ik het geruststellende getjilp veranderen in paniekgeluiden. En dan volgt een krijsende snerp. Ik ren naar de achterkant van de tuin om te kijken wat er aan de hand is. En nog net zie ik een grote roofvogel met een klein beestje in z’n bek een tussenstop maken op een tak van de notenboom en vervolgens de tuin uitvliegen. Dat is een musje minder. Een onbehaaglijk gevoel bekruipt me. Het zal toch niet zo zijn dat ik liefdevol vogeltjes voer en dat er een roofvogel zit te wachten tot ze dik genoeg zijn? Wat zou het geweest zijn? Een buizerd? Een valk? “Nee, da’s een sperwer geweest”, zegt vriend Maarten Koch, die fotograaf is en veel natuur fotografeert. “Sperwers hoppen van tuin naar tuin op zoek naar hun prooi. Lekker makkelijk.” Gelukkig heb ik die rover niet meer gezien. Maar te verwonderen blijft er genoeg. Ook over leuke capriolen.

Voor extra sfeer, en ook omdat hij binnen niet meer naar m’n zin staat, heb ik een kandelaar neergezet op de achterveranda. Wel zo gezellig, een kaarsje aan als het vroeger donker is. Maar wat is dat ineens voor een leuke decoratie? Heeft Jan een beeldje op de kandelaar gezet? Nee hoor. Een van de tortelduifjes die onze tuin bezoeken, is neergestreken bovenop een kaars. En hij blijft er op z’n dooie gemakje dik twee uur zitten. Gezellig, vogeltjes in de tuin. Er is altijd wat te zien.

Bookmark and Share

Groeikracht

Komkommers

Komkommers op 20 juli 2010

Een tijdje terug interviewde ik voor het tijdschrift Noorderland een gepassioneerd tuinier, Menno Oosterhoff, die op alle fronten een zielsverwant bleek als het over tuinieren gaat. Hij zei een heleboel voor mij herkenbare dingen waarvan één uitspraak me erg raakte, omdat het naar mijn idee de essentie van het tuinieren weergeeft. En ook omdat er zoveel respect voor de natuur uit spreekt.

Hij zei: “Dat tuinieren, dat doe ik natuurlijk niet zelf. Ik stuur wel, maar als er geen groeikracht is, een bereidheid om te groeien, dan begin ik natuurlijk niks…” En dat is iets waar je je als tuinier steeds weer over verbaast, die groeikracht. Natuurlijk, ik werk hard in de tuin en probeer de omstandigheden voor de planten zo ideaal mogelijk te maken. Belangrijk vind ik ook om niet alleen te nemen, maar ook royaal te geven. Dus ik zaai, plant, verplant, snoei en knip terug dat het een lieve lust is. Maar ik probeer de planten ook gezond en gelukkig te houden. Ik haal dode bloemen en bladeren weg, ik geef biologische mest en voedzame compost en ik gebruik nooit gif of chemische bestrijdingsmiddelen. Ondanks al deze inspanningen van mijn kant, ben toch ík het uiteindelijk niet die het echte werk doet. Het groeien. Dat doet de natuur voor me. De zon, het licht, en de regen zijn mijn secondanten. Die groeikracht blijft een wonder om mee te maken.

Komkommers

Komkommers op 30 mei 2010

Nu is het bij mij volop komkommertijd. Je houdt het niet voor mogelijk hoe die planten groeien en vruchten geven. Op 25 maart heb ik in mijn kleine koude kasje een zakje met 25 komkommerzaadjes van ‘Marketmore’ gezaaid, een kleine komkommersoort die vruchten geeft, aldus het zakje, van 20 cm lang en 5 cm dik. Op 30 mei heb ik 20 zaailingen uitgeplant in de volle grond tegen twee houten piramides. Voor de andere vijf was geen plaats meer, en die heb ik weggegeven. Toen ik die mini-plantjes zag staan, kon ik me niet voorstellen dat het wat zou worden. Een paar weken leek er niks te gebeuren. En ineens kregen ze een groeispurt.

komkommers

Komkommers op 27 juni 2010

Op 27 juni zijn het al behoorlijke planten. En op 20 juli is het een compleet oerwoud geworden. De ranken hebben niet genoeg aan de piramides en zoeken steun in de beukenhaag, de hulstboompjes en het aangrenzende terras. In het begin telde ik de bloempjes, want dat zouden allemaal komkommers worden. De bloemen maken plaats voor komkommers, in zo’n rap tempo dat ik het bijna niet meer bij kan houden. Vandaag zie ik wat kleine komkommers hangen of liggen, en als ik morgen weer kijk, zijn het ineens joekels die schreeuwen om geoogst te worden. Aan elke plant komen zeker zo’n 20 komkommers. Een snel rekensommetje leert dat ik dan een oogst van zo’n 400 komkommers mag verwachten. Misschien de volgende keer niet zo’n heel zakje zaaien. Groeikracht kan je ook overvallen.

PS Ook een overvloedige komkommeroogst? Mijn zus Jet mailt me net het recept van haar meer-dan-verrukkelijke  koude komkommersoep, oftewel komkommer cazpacho. Heel makkelijk en snel te maken ook. Een aanrader!

Ingrediënten ● 3 komkommers ● bosje basilicum ● klein bosje bieslook ●1 limoen ● 6 eetlepels Griekse yoghurt ● 5 eetlepels olijfolie ● peper en zout

● Schil de komkommers en snijd ze in stukjes. ● Haalt de blaadjes basilicum van de takjes en was ze samen met het bieslook. ● Houd 4 basilicumblaadjes apart voor de garnering. ● Pers de limoen uit. ● Doe het limoensap, de yoghurt, olijfolie, komkommer, basilicum en bieslook in de mengkom van de keukenmachine of staafmixer. ● Pureer het geheel tot een gladde soep. ● Voeg peper en zout naar smaak toe. ● Verdeel de soep over vier kommen en leg in elke kom 1 basilicumblaadje. ● Zet de kommen tot je ze gaat opdienen in de koelkast.

Bookmark and Share