Mailinglijst

Aardappels

Als boerendochter zou ik als vanzelf moeten weten hoe ik aardappels moet telen. Niet dus. Ik was pas tien toen mijn ouders stopten met de boerderij. Te weinig tijd gehad om het vak spelenderwijs op te pikken. Ik zal het zelf moeten uitvinden.

In onze zes moestuinvakken heb ik al van alles uitgeprobeerd. Kapucijners, stokbonen, suikermaïs, augurken, komkommers. Allemaal voor de eerste keer en allemaal een daverend succes. Aardappels, daar durf ik steeds maar niet aan te beginnen. Ben afgeschrikt door nare verhalen over teerhartigheid en gevoeligheden, zoals de gevreesde aardappelziekte. Aan chemische bestrijdingsmiddelen doe ik niet, dus het moet wel een beetje sterk zijn en zonder hulpmiddelen willen groeien. Maar kom, dan zal de oogst mislukken. Wat dan nog? Gewoon proberen. Ik zie al heerlijke maaltjes met smaakvolle bio-patatjes voor me. Die rode Roseval lijken met wel wat. Ik lees me in via internet. Eind maart moeten aardappels de grond in. Tegen die tijd struin ik de webwinkels af op zoek naar eco-pootaardappelen. Kijk bij onder andere www.vreeken.nl en www.tuinspul.nl, omdat ik weet dat ze daar biologisch geteeld pootgoed verkopen. De Rosevals blijken overal uitverkocht. Nou zeg. Ben ik eindelijk vast besloten om aardappelteler te worden, kan ik nergens de gewenste pootaardappels vinden. Ook bij groenten- en kruidenkwekerij Klerks van Bert en Annie Klerks in Oisterwijk (www.tuincentrumklerks.nl) ben ik te laat voor de Roseval. Maar daar hebben ze wel een goed alternatief: de eco-aardappel Raja. Volgens Bert een supersterk ras dat echt niet gevoelig is voor ziektes. Bert beantwoordt geduldig al mijn vragen; vindt het duidelijk leuk dat ik zo kleinschalig aardappels ga telen. Hij rekent me voor hoeveel aardappels ik nodig heb voor mijn vakje van 1 ½ bij 2 meter. De aardappels moeten 30 cm van elkaar gepoot worden, en de verschillende rijen dan weer zo’n 50 cm uit elkaar. We komen uit op drie rijen van elk vier aardappels, dus 12 aardappels. Als ik wil weten of we daar wel genoeg aardappels van gaan krijgen, vraagt Bert met hoeveel mensen we ervan moeten eten. Hij moet erg lachen als hij hoort dat Jan en ik meestal met z’n tweetjes zijn. Bert schat in dat onze hele Leunisdijk wel mee kan eten van de oogst van die twaalf aardappels. Ik geloof hem eerlijk gezegd maar half. We zullen zien hoe het uit gaat pakken.

Aardappels poten, Raja, bollensteker

Perfecte gaten maak je met de bollensteker

Een mooie droge dag eind maart is onze eerste tuinierdag. Ik snoei de hortensia’s en Jan gaat met de aardappels aan de slag. Bij wijze van pootlijn legt hij de schoffel op de grond en maakt langs de lange steel met de bollenpoter (slim!) gaten van 10 cm diep op onderlinge afstand van 30 centimeter. Als hij vier gaten op een rij heeft, verhuist hij de steel zo’n 50 centimeter en maakt weer vier gaten, en ten slotte het derde rijtje. In elk gat legt hij een aardappel en vult het verder op met aarde. Nog een beetje aanharken met compost en koemest en dan met een fijne broes sproeien. Groeien maar! Al na een week zien we wat groens verschijnen.  En in een mum van tijd zijn het forse planten.  En als ze dan ook gaan bloeien, is het helemaal een feest. Op dat moment kan het me al helemaal niet meer schelen of er straks ook nog aardappels aan komen. Want zo’n veldje met bloeiend fris groen is op zich al prachtig.

Aardappels oogsten in augustus

Ik trek de plant uit de grond

Ik zoek na wanneer we kunnen oogsten en lees dat het zover is als de planten uitgebloeid zijn en het blad begint te verdorren. Als echt alle planten er treurig uit beginnen te zien, gaan m’n handen jeuken. Kweker Bert heeft me geadviseerd om een riek onder de plant te steken en dan de plant, met aan de uitlopers de aardappels, naar boven te halen. Bij de eerste plant doe ik het zo, maar als ik meteen twee aardappels met flinke prikgaten naar boven haal, stel ik het plan van aanpak bij. Voorzichtig trek ik de volgende plant uit de grond en graaf met m’n handen de aardappels uit. Elke plant geeft zeker wel 30 aardappels. ‘Een rendement van driehonderd procent’, concludeert mijn broer Willem die ik net op oogstmoment aan de telefoon heb en die nogal van de cijfers is. Volgens hem geeft geen enkel ander product zoveel rendement. Ik moet zeggen dat ik het ook een wonder vind. Je stopt eind maart 1 aardappel in de grond en eind augustus haal je er 30 uit. Gemiddeld 1 kilo aardappels per plant. Ik sorteer ze op grootte in drie manden en die raken alle drie gevuld.  De joekels voor friet en poffen, de middenmaatjes voor soep, salade en koken, en de kleintjes voor bakken. Het toeval wil dat twee dagen na de oogst de jaarlijkse familielunch met mijn broers en zusje en partners bij ons in Esch is. Ik zet de drie manden strategisch in de keuken bij de deur met papieren zakjes erbij. Na afloop neemt iedereen een maaltje mee. Ik kom uit een gezin met tien kinderen. Dus dat schiet wel op. Ik hoef niet op de Leunisdijk te gaan venten. De aardappels moeten donker en koel bewaard worden. In onze kelder is het niet erg koud, omdat de vriezer warmte verspreidt, maar koel genoeg. Alleen donker is een probleem. Want er zit een raampje. Vooralsnog leg ik op de manden een stuk papier zodat er geen licht bij kan.

Aardappels bewaren

Aardappelmand prijs 22,50

Een paar dagen later, als ik mijn groenrubriek voor het tijdschrift Noorderland aan het samenstellen ben, kom ik al surfend in de webshopl www.trendsandvision.nl een aardappelmand tegen. Ideaal voor mijn aardappeloogst. Meteen besteld en twee dagen later in huis. De oogst die na het bezoek van mijn familie over is gebleven, past er precies in.

Bookmark and Share

Vogeldrama

Jonge merels

Twee jonkies hebben het overleefd

Een merelechtpaar heeft een onhandige plek uitgekozen om een nest te bouwen.  Tenminste, dat vinden wij.  Maar het stelletje zal daar anders over denken. Juist gezellig knus, zo bij ons op de veranda.

Meneer en mevrouw Merel vliegen af  en aan. Takjes, pluisjes en touwtjes verdwijnen in rap tempo in de sterjasmijn (Trachelospermum jasminoides) die tegen de pilaar van de veranda groeit. We kunnen het van dichtbij volgen, want onze stoelen staan zo’n twee meter van de plek vandaan. Na een paar dagen is het nest klaar en zien we steeds het kopje van de moeder in spe tussen de takjes uit piepen. Als mevrouw even weg is en ook meneer uit de buurt, kijken we snel of er al eieren liggen. Drie mooie blauwe eitjes schitteren als kralen in de wirwar van takjes en draadjes.

Drie naakte babyvogeltjes

Drie eitjes

Op een dag horen we zacht gepiep en zien we drie naakte babyvogeltjes. Stresstijd voor pa en ma Merel!  Ze zijn de hele dag druk met de catering. Wormpjes en insectjes zijn niet aan te slepen. Als ik op m’n hurken onkruid aan het wegschoffelen ben, komt moedermerel gehaast bijna op m’n hand te zitten om de aan de oppervlakte gekomen wormen weg te kapen.

De jonkies veranderen van weerloze, naakte schepseltjes in verige bolletjes. Het wordt krap in het woninkje en nu en dan zien we al een van de mini-vogeltjes klapbewegingen maken met de vleugels. Ook poes Does heeft door dat er iets gebeurt bij de pilaar. Ze staat op scherp. En hoewel ze doof is, lichtelijk autistisch ook,  en niet al te behendig in prooi vangen zijn we voortdurend alert.

Drie verige bolletjes

Nummer een vliegt uit. Twee dagen later nummer twee. Alles gaat goed. De twee kleintjes vliegen kleine stukjes en scharrelen gezellig rond. Ze worden gevoerd en bewaakt door paps en mams en door Jan en mij. Maar waar blijft nummer drie? Die zit nog steeds op het nest. Een week verstrijkt en ze zit er nog steeds. Ik begin me zorgen te maken. Ik sta om half 7 in de ochtend bij de pilaar en kijk het mereltje in de oogjes. Ik moet zo de trein pakken naar Amsterdam om een dagje op de redactie van Tuin&Co te gaan werken. Wat is er met dat beestje aan de hand? Het is niet verstoten door z’n ouders, want die komen haar nog steeds voeren.  Ze probeert te vliegen op het nest, want ik zie en hoor de vleugels klapperen. Is ze gehandicapt? Iets gebroken? Verlamd? Zal ik haar uit het nest halen om te kijken of ze iets mankeert? ‘Niet doen’, zegt Jan. ‘Als je je hand in het nest stopt, ruiken de ouders de vijand en stoppen ze met voeren. Dan overleeft ze het niet’. Ik doe niks en vertrek naar het station. Tussen de middag bel ik Jan en vraag of het mereltje uitgevlogen is. Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn, en dan: ‘Ze heeft het geprobeerd, en toen zichzelf opgehangen. Ze hing dood aan het nest. Haar pootje zat vast met een stukje plastic touw. Ik heb haar net begraven.’  Ik neem het mezelf erg kwalijk dat ik niet ingegrepen heb. Het beestje zat al die tijd vast met een pootje en heeft zich alleen maar verder in de nesten gewerkt. Letterlijk in dit geval.

P.S.  Pa en ma Merel hebben niet lang getreurd en zijn al snel een nieuw nest gaan bouwen. Weer op de veranda, maar nu in de sterjasmijn tegen de andere pilaar. We horen daar zacht gepiep uit klinken…

Bookmark and Share

Boekenwinter

28 februari 2011. De engel staat er kouwelijk bij achter het bronzen gordijn van de beukenhaag.

Fijn hoor, dat lezen bij de kachel. Maar nu vind ik het wel genoeg. M’n ogen worden schoteltjes. Mijn gewrichten raken verstijfd in de zitstand. Over driehonderd pagina’s moet het voorjaar zijn.

Het lot van de familie Meijer van Charles Lewinsky; De waarschuwer van Karin Fossum; Perenbloemen bloeien wit van Gerbrand Bakker; Herfstlied van Simone van der Vlugt; Asta’s ogen van Eveline Stoel; Ik haal je op, ik neem je mee van Niccolò Ammaniti; De middagvrouw van Julia Franck, Staal van Silvia Avallone; De verborgen geschiedenis van Courtillon van Charles Lewinsky; De eenzaamheid van de priemgetallen van Paolo Giordano; Italiaanse schoenen van Henning Mankell; De Ierse tuin van Tara Heavey; De Daisy Sisters van Henning Mankell; Het winterpaleis van John Boyne.

Dat zijn de boeken die ik van de winter gelezen heb. En dit is de min of meer gecensureerde, intellectueel verantwoorde boekenlijst. Want ik verzwijg dan even de trivialectuur die ik tussendoor ook nog weggewerkt heb. Zoals de tiendelige reeks over inspecteur Wallander van Henning Mankell, en drie dikke pillen van de Ierse ‘feelgood’ auteur Maeve Binchy. Ik heb het opgemeten: anderhalve meter in de boekenkast heb ik de afgelopen maanden geconsumeerd. Na een opstandige ontkenningsperiode moest ik uiteindelijk toegeven dat ook voor deze hardnekkige tuinierster er buiten echt niks te doen was. Nog even heb ik mijn energie gestopt in binnenklusjes, zoals het reorganiseren van kasten, zolder en kelder. Om uiteindelijk met tegenzin te berusten in een statisch binnenseizoen en in ruststand te glijden. Maar dat winterreces heeft lang genoeg geduurd. Ik ben nu Vaslav van Arthur Japin aan het lezen. Als ik dat uit heb, is het winterreces afgelopen, heb ik beslist. Prachtig boek trouwens, daar niet van. Maar het is genoeg geweest. Het voorjaar krijgt nog driehonderd pagina’s uitstel. Maar dan moet het echt zover zijn.

Bookmark and Share

De trouwring

De trouwring

30 november 2010. Het winterweer heeft mij en de tuin overvallen. Gauw gauw ontdooi ik de bevroren emmers en regenton met heet water en zet ze op hun kop. En ook nog even de buitenkranen afsluiten.

‘Trouwdag papa en mama (1939)’. Gister viel mijn blik op deze vermelding bij 29 november op de verjaardagskalender. Terwijl ik naar boven loop om te gaan slapen, mijmer ik nog even over mijn ouders, die al lang geleden overleden zijn. Ineens denk ik aan de ring. De trouwring van mijn vader.

Mijn moeder droeg altijd een trouwring. Mijn vader nooit. Op zich niet vreemd. Mijn vader was boer, en bij werk op het land kan een ring onhandig en zelfs gevaarlijk zijn. Maar ook toen mijn vader al lang niet meer boerde, omdat hij longemfyseem had, droeg hij nog steeds geen trouwring. Het zou me waarschijnlijk nooit opgevallen zijn als ik dat gesprek tussen mijn ouders niet opgevangen had, toen ik een jaar of zestien was. Het ging over de trouwring van mijn vader. Ik hoorde mijn vader zeggen: ‘Ik koop geen nieuwe trouwring. Dat heeft geen betekenis. Ik heb al een trouwring, alleen ben ik hem even kwijt. Maar hij is er nog wel. Wij weten toch dat we met elkaar getrouwd zijn? Andere mensen? Die moeten denken wat ze willen.‘ Ik had mijn ouders nog nooit horen ruziën. Nergens over. Maar nu scheen er toch een ernstig meningverschil te zijn. Beknopt de kwestie: Mijn vader is zijn trouwring verloren. Mijn moeder wil dat hij een nieuwe trouwring koopt, zodat het voor de buitenwereld duidelijk is dat ze samen getrouwd zijn.

‘Verloren?’, vroeg ik. Wanneer dan? En waar?’ Toen vertelde mijn vader het hele verhaal. Dat ze in 1939 getrouwd zijn. Dat hij ongeveer een jaar later na een dag spitten in ‘den hof’ ontdekte dat hij zijn trouwring kwijt was. Dat hij nog dagen lang de aarde in de tuin meter voor meter heeft lopen zeven. Maar dat hij de ring nooit heeft terug gevonden.

trouwfoto, oude trouwfoto

Trouwfoto van mijn ouders

Bij tijd en wijle wilde mijn moeder dan ineens dat mijn vader een nieuwe ring zou kopen. Maar mijn vader bleef bij zijn principe. Er is nooit een niet-echte-trouwring gekomen. Want de echte was hij alleen even kwijt. Wie weet ligt de ring er nog. Nu na 71 jaar. Ergens in de tuin van het Van der Putten-stamhuis in Berghem. In de ommuurde tuin bij de boerderij aan de Pastoor van Teteringstraat en het kerkplein. In de binnenkant van de ring is de naam van mijn moeder en de trouwdatum gegraveerd: Petronella Arts, 29-11-1939. Gevonden? Stuur mij een mailtje.

Bookmark and Share

Tuinlaarzen

Tuin in herfstsfeer

De herfstkleuren in de tuin maken veel goed. Maar blijft staan dat dit niet mijn favoriete seizoen is. Als ik mensen hoor jubelen over hoe gezellig het allemaal is, met kaarsjes, kachels, en gordijnen dicht, raak ik alleen maar in de put. Het liefst zou ik in een holletje kruipen en volgend voorjaar weer wakker worden. Nog steeds verkeer ik in de ontkenningsfase en stap ik ’s ochtends, nu in het half donker, dapper naar buiten. Ik trek wel eerst mijn tuinlaarzen aan. Model Hornbaek van de Deense ontwerpster Ilse Jacobsen. En van die laarzen word ik wel een beetje vrolijk.

Over de veterlaarzen van Ilse Jacobsen heb ik jaren geleden een stukje geschreven voor de shopping-rubriek van het tijdschrift Tuin&Co, dat toen nog Tuinieren heette. Het plaatje van het rijtje gekleurde laarzen is altijd op m’n netvlies blijven staan. Vorig jaar rond deze tijd was ik ineens mijn groene rubberen laarzen meer dan zat. Altijd koude voeten en over het hele tuinpad een modderspoor. Na een speurtocht op internet heb ik de begeerde laarzen gevonden in de webwinkel van Original Brands. En meteen besteld. Ik ben er ongelooflijk blij mee, nog steeds. Voor mij zijn het de ideale tuinlaarzen. Ik vind ze er grappig uit zien met die rijgveters aan de voorkant. En ze zijn er in wel dertien verschillende kleurtjes.

Ik heb ze in het zwart gekocht

Ik heb voor ingetogen zwart gekozen, maar als je van uitbundig houdt, kun je als tuinier een behoorlijk statement maken met een paar exemplaren in bijvoorbeeld pink of turkoois. Behalve leuk om te zien, hebben ze een heleboel pluspunten die niet van toepassing zijn op de gewone, zeg maar, doordeweekse groene rubberen laarzen. Ze zijn handgemaakt van 100% natuurlijk rubber en gevoerd met fluweelzachte katoenen stof. Ze zitten daardoor heerlijk comfortabel en je voeten blijven behaaglijk warm. Ze zijn ook volledig waterdicht, wat je misschien niet zou denken als je de vetersluiting ziet. Je kunt er, als je dat zou willen, best mee in een slootje gaan staan. Achter de vetersluiting zit namelijk een gesloten flap. Maar wat ik als tuinier het allerbelangrijkst vind: de zolen zijn perfect. Er zit genoeg profiel in om niet te gaan glibberen als de tuin modderig is. Maar omdat die profielen vrij smal en ondiep zijn, kan modder zich er niet in nestelen. Dus geen modderspoor op stoep, pad, en in huis.  Er is wel iets wat je moet weten als je ze via internet bestelt: ze vallen ruim. Ik draag schoenmaat negenendertighalf en heb maat veertig besteld, omdat er geen halve maten waren. Maar achteraf had ik best maat negenendertig kunnen nemen. Och, iets te groot is ook geen ramp. Gewoon dikke sokken aan. Ze kosten 115 euro via www.originalbrands.nl. Geen verzendkosten en de volgende dag al in huis!

P.S. Ik mag van Original Brands een paar Ilse Jacobsen-laarzen weggeven, mailt directeur Anita Roelink mij net. Dat vind ik erg aardig. Dus stuur me gauw een mail via Contact linksboven in het menu, of plaats een commentaartje onder dit stukje. De leukste inzending wint een gratis paar laarzen. Kleur en maat naar keuze.

Bookmark and Share